Disas Ting
Er werd door menige camper al vroeg vertrokken vanaf de camping, waarschijnlijk omdat ze de ferry naar Duitsland moesten halen.
Toen wij om 7.00 opstonden waren menige plekken al leeg.
We vertrokken zelf rond 8.30 nadat we het ontbijt naar binnengewerkt hadden naar onze eerste bestemming.
Disas Ting zijn stenen in het dorp Svarte, en staan vlak naast de kust, je kan er zelf niet stoppen maar honderd meter daarvoor is een parkeerplek waar je de camper ruimschoots kwijt kan.
De precisie betekenis van de stenen is niet bekend, wat wel leuk is de gezichten van de bestuurders van de vele auto’s en campers die langsrijden en er te laat achter komen dat je hier niet kunt stoppen.
We moesten toch tanken dus gingen we naar Ystad, we stopten hier bij het tankstation naast de Lidl alleen die had een lage luifel waar we met de camper niet onder konden.
Bij de Lidl dan maar even boodschappen gedaan, konden we gelijk weer wat afbakbroodjes kopen die we vergeten waren mee te nemen uit Nederland.
Hierna doorgereden naar een ander tankstation en daar weer een klein vermogen uitgegeven want de diesel is in zweden overal duur, we betaalden omgerekend €2,40/Ltr.
Ales Stenar in Kåseberga,
Onze volgende stop was Ales Stenar in Kåseberga, dit wordt het Zweedse stonehenge genoemd.
Op de parkeerplaats bij de haven mocht je alleen met een personen auto staan (klasse 1), de parkeerwachter en de man van het trammetje legde uit dat we naar het grote parkeerterrein aan het begin van het dorp toe moesten en daar konden we helemaal doorrijden op het veld tot aan de andere kant van de heuvel waar de stenen op staan.
Het begon toen echter net te regenen zodat we besloten, maar om te gaan lunchen, na de lunch is Peter alleen naar boven gegaan want het pad was zo stijl dat je er zelfs met een elektrische rolstoel er niet op kon, en er bleek ook een wildrooster aanwezig te zijn met een opstap van 15 cm.
Op de heuvel aangekomen waar de stenen staan had Peter een Déjà vu met de hunnenbedden in Drenthe die we eerder dit jaar hadden bezocht.
Niet dat ze hetzelfde er uit zagen, maar het aantal toeristen dat op en om de stenen heen liepen en klauterden, ondanks de instructie die laatste niet te doen.
De stenen staan in de vorm van een schip van bovenaf gezien en er gaan genoeg verhalen over net als bij Stone Henge met uitlijningen op de zon etc. maar dat staat allemaal nog open voor interpretatie.
Kristianstad
Weer terug bij de camper was ons volgende doel de weg naar Brösarp die in 2012 was verkozen tot de mooiste weg van Zweden.
We weten niet zeker wie die verkiezing gehouden heeft, maar wij vonden hem tegenvallen.
Je ziet een heleboel graan velden die ondertussen geoogst waren en dan weer stukken bos die over bergen heen voerden, misschien zijn wij wel teveel verwent met Nieuw-Zeeland.
Omdat je op de meeste buitenwegen maar 70 mocht rijden en in elk dorpje en stadje maar 40 en soms zelfs maar 30 duurde de tocht wel iets langer dan we eerder ingeschat hadden.
Onze laatste stop werd Kristianstad, we parkeerden tegenover het Tivolipark op een miva plaats en omdat het al na 14.00 was hoefden we dit keer niet te betalen, doordeweeks moet je tot 18.00 betalen.
In het park zelf was een festival dat net begon, dus we konden al lekker genieten van de vette beats die te horen waren.
De stad zelf heeft een paar oude straten met hier en daar nog wat leuke gevels. Op een terrasje de cappuccino genuttigd, duur (42 krone/€4,20) maar wel lekker.
Daarna door de oude stad gelopen en daarna toch nog het park bezocht, aan de achterzijde was een bloementuin waar vele bloemen nog in bloei stonden.
In het park staat ook nog een theater, en die hebben we van de voorzijde gefotografeerd, ook staan er op diverse plekken standbeelden.
Hierna toch nog een klein stukje verder de stad weer in en toen kwamen we 2 mooie muurschilderingen tegen.
We probeerden daarna nog een flappentap te vinden, maar dat lukte niet, vanavond maar eens op internet kijken.
Het werd ondertussen tijd naar de camping net buiten de stad te rijden.
De camping bestaat uit een jeugdherberg, maar dan wel een uit de jaren 70 en zo rook het er ook.
Omdat er verder weinig gasten op de camping zelf waren konden we zelf weer een plekje uitzoeken.

