Na een nacht met wat onderbrekingen door een live concert next door was het om half vijf opstaan om daarna om kwart over vijf te vertrekken. Er stond een behoorlijk harde wind, iets van windkracht acht en hoewel er later op de dag regen was voorspeld was het half tot zwaar bewolkt dus dat kon er nog mee door. Om kwart voor zes waren we bij het Denali Visitor Center waar de bus even na zessen vertrok. We hadden gekozen voor de shuttle naar het Eielson Visitor Center. Dat ligt op ongeveer twee derde van de weg in het park. Als je daarna doorrijdt krijg je wat meer toendra, water en dus ook meer muskieten en die hadden wij al gezien. De tocht was ruim 100 kilometer one way, in totaal, met tussenstops, zo’n 8 uur rijden op een gravelweg. Het eerste gedeelte van ongeveer anderhalf uur, hebben we alleen een zeemeeuw gezien. Nu is het wel zo dat Denali iets totaal anders is als de Serengeti; het is een sub-polair gebied met weinig voeding dus de dieren zie je niet in groten getale. Het park is ruim de helft van Nederland en hoewel iedereen bijvoorbeeld een grizzly hoopt te zien, zit er gemiddeld per honderd vierkante kilometer een grizzlypaartje. Gelukkig hadden we na de eerste tussenstop meer geluk: er stak ineens een grizzly de weg over; te snel om hem (of haar) goed te kunnen fotograferen maar we hadden er in ieder geval eentje gezien. Nog geen twee minuten later renden er ineens twee grizzlies elkaar achterna over de weg en stonden even te dreigen naar elkaar, waarna ze langzaam het bos ingingen. Helaas geen superscherpe foto’s maar we hadden ze in ieder geval.
Tot Eielson zagen we geen grzzlies meer maar wel een stuk of twintig kariboes, waarvan enkelen vlak langs de weg. Op de terugweg begon het te regenen maar al vrij snel zagen we een grizzly die op een aardige afstand op z’n gemak aan het rondstruinen was. Ook zagen we een aantal Dalls schapen, sneeuwwit met gekrulde horens, helaas de meesten op een behoorlijke hoogte in de bergen.
Als toetje zagen we nog een moeder grizzly met twee jongen van een jaar oud die op enige afstand voedsel op een bergwei liepen te zoeken. Verder nog een golden eagle en twee elanden maar die stonden ver weg en die hadden we dus al heel wat keertjes beter gefotografeerd. Al met al een aardige opbrengst en een leuke excursie.
Terug op de camping bleef het inmiddels stug doorregenen en waaien. Tegen vieren gingen we naar de brouwerij, waar een twee dagen durend Zonnewende festival aan de gang was met muziek, grill- en brouwworkshops etc. De brouwerij had een leuk interieur en we hebben uiteraard het nodige geprobeerd, vergezeld van een portie pittige buffalo (chicken) wings. Moet zeggen dat de smaken een stuk beter waren ontwikkeld dan de brouwerij in Seward. Voor het bierrepertoire: http://49statebrewing.com/index-1.php
Er werd goeie, bijpassende muziek gedraaid, tikje country-rock achtig en het personeel was attent en goed.We hebben nog een tijdje met een van de managers gesproken die een bierstudiereis van een jaar door Europa wilde doen, dus maar wat adresjes gegeven… Overigens staat op het terrein van de brouwerij de beroemde 142-bus die gebruikt werd voor de filmopnames van de film Into the Wild. Voor de echte bus moet je 20 mijl door zompige, van muskieten vergeven toendra lopen en een levensgevaarlijke rivier doorwaden, waarbij vorig jaar nog een 22-jarig Zwitsers meisje verdronk. We hebben nog een mooi glas en een t-shirt gekocht; al met al een zeer gezellig slot van een interessante dag.

