We hadden besloten de shuttle van 11.00 naar Kennicott te nemen. We zouden dan ruim een halve dag hebben om het mijnwerkersplaatsje te bezichtigen en daarna konden we de shuttle terug tot McCarthy nemen en daar gaan eten. De shuttle is 5 dollar voor een enkeltje maar het scheelt je ruim 5 kilometer lopen over een gravelweg en dat is ook wel wat waard. De weg voerde ons, naarmate we dichter bij Kennicott aankwamen, langs allerlei huisjes met steevast een behoorlijke berg rotzooi er omheen. Hoe meer ruimte mensen tot hun beschikking hebben, hoe groter de bende is die ze ervan maken. Volgens mij kan je daar een wiskundige formule op loslaten. In Kennicott aangekomen hadden we nog twee uur de tijd voordat de rondleiding door het stadje begon, dus snel wat foto’s in het stadje genomen en daarna doorgelopen tot de voet van de gletsjer die niet zo ver weg lag. We hadden net geen tijd om het helemaal te lopen maar we kregen in ieder geval een aardige indruk hoe de gletsjer er uitzag.
Terug in Kennicott kregen we een rondleiding door onder meer het 14 verdiepingen hoge houten mijngebouw, het hoogste houten gebouw in Amerika. Het was fascinerend om te zien hoe men 100 jaar geleden met relatief eenvoudige middelen een behoorlijk ingewikkelde structuur in elkaar kon zetten en laten functioneren. En dan te bedenken dat het grootste gedeelte, voordat de spoorweg klaar was, ruim 125 km door de bergen met paarden, sledes etc. aangevoerd moest worden.
Omgerekend naar huidige maatstaven heeft de kopermijn in de ongeveer 25 jaar dat ze bestond, zo’n 1,5 miljard dollar winst gemaakt dus het was allemaal wel de moeite waard. Het valt ons op dat de rondleidingen, tours etc. heel vaak worden gedaan door studenten, bijna altijd uit de lower 48’s, de andere staten. Ze rijden hierheen, of per veerboot, in sommige gevallen per vliegtuig, om 3 maanden vakantiegeld te verdienen en daarmee hun studiegeld aan te vullen. Als de winter nadert blijven in Alaska alleen de diehards over, de rest trekt naar het zuiden. Je bent geen echte Alaskaan als je er nooit hebt overwinterd, heb je dat eenmaal gedaan, dan ben je een “sourdough”. Kennicott is het best bewaarde mijnstadje uit het begin van de 20ste eeuw en hoewel men het restaureert probeert men het toch zoveel mogelijk oorspronkelijk te houden, dus niet te mooi. Na de interessante rondleiding hebben we op het terras van het lokale hotel nog wat gedronken en namen we daarna de shuttle terug tot McCarthy. Daar stapten we uit om bij de Golden Saloon te gaan eten. Prima tent, goede bediening, leuke inrichting en lekker eten, een leuk einde van een mooie dag.

