Vanochtend was het uitslapen tot 06.40 en een beetje lanterfanten tot 09.30 voordat we op pad gingen. Het had een groot deel van de nacht geregend en de lucht was nog steeds grijs toen we vertrokken. Eerst werden wat fotogenieke plekjes in Haines Junction bezocht, o.a. het Visitor Reception Centre, wat een combinatie was van Tourist Office, Park Office en First Nation museum, erg interessant.
Het was een schitterend landschap met meren en hoge bergen, die regelmatig door korte buitjes half aan het zicht werden onttrokken. Het was winderig, maar regelmatig zorgde zon, witte wolken en een blauwe lucht voor mooie intermezzo’s; een soort van maart zeg maar. Het indianendorp Klukshu Village was nog verlaten, de zomertrek was nog niet begonnen. Het gaf ons een mooie kans om het dorpje te bekijken; de meeste huizen waren bouwvallige hutjes, maar enkele huizen zagen er wat beter uit.
We besloten nog een stuk door te rijden naar de Million Dollar Falls. Het was jammer dat er enkele donkere wolken voor hingen anders hadden we onderweg enkele mooie foto’s kunnen scoren van het hooggebergte. Regengordijn onttrekt zicht op hooggebergte
De watervallen lagen er best bij en hadden aardig wat water gehad de laatste tijd. De inmiddels 85 kilometer lange terugweg werd aanvaard en we reden de zon tegemoet. Onderweg zelfs een laagte record geboekt voor de camper van 18.0 liter per 100 km en dan hebben we het hier over een van de zuinigste types… Terug op de camping lekker in de zon gezeten, met een windblock was het precies goed in de soms wat stevige wind. Flink wat borrelhapjes erbij zodat we de warme maaltijd, maar hebben overgeslagen.

