Herinneringscentrum kamp Westerbork

Vandaag gingen we naar herinneringscentrum kamp Westerbork, maar omdat het nog niet open was en het miezerde besloten we maar om een lange route te nemen. Onderweg kwamen we wegwijzer borden tegen van het dorpje Norg, omdat er een kennis toevallig vorige week gezegd had dat ze daar gewoond had besloten we er naar toe te rijden. De weg zelf was vrij saai langs het kanaal maar het dorpje had een leuk oude kern met veel oude huizen, er was echter niet veel te doen en zelfs een supermarkt konden we er niet vinden.
Na deze omleiding vervolgde we onze weg langs Bovensmilde, Smilde en Hogersmilde om vervolgens via Dwingerloo weer door te rijden naar het herinneringscentrum, en omdat we nog gestopt waren voor wat boodschappen was het ondertussen al elf uur geworden, het miezeren was gelukkig toen wel al opgehouden. Bij het herinneringscentrum aangekomen was het even zoeken naar een parkeerplek want zo vlak voor 4 en 5 mei was het er behoorlijk druk en alle miva parkeerplaatsen waren al bezet.
In het museum kaartjes gekocht en toen horden we ook dat we de paarse bus moesten nemen naar het kamp want die had een toegang voor rolstoelen en doordat de bus al 10 minuten later vertrok werden we door de juffrouw van de kassa geroepen dat we met de bus mee konden. De toegang tot de bus was met een plank die de chauffeur handmatig naar buiten moest klappen en toen Nicole binnen was kwam er nog iemand met een rolstoel aan en kon die ook nog snel naar binnen.
De rit met de bus duurde niet heel lang want de afstand is maar 2,5 km, het kamp is alleen toegankelijk voor de bus en voor fietsers, dit heeft te maken met de radiotelescopen die er staan opgesteld, alle elektronische storingen kunnen afwijkingen geven in de onderzoeken van de radio-stronemers, officieel moest ook iedereen zijn telefoon uitzetten volgens de bordjes die langs de weg stonden, maar ik heb het niemand zien doen en aangezien er genoeg vrachtwagens en auto’s heen- en weer reden i.v.m. de voorbereiding van de herdenking denk ik dat het vandaag ook niet veel uitmaakte of onze telefoons wel of niet aanstonden.
Bij het kamp zelf aangekomen viel het ons eigenlijk tegen van wat er nog te zien was, er stond nog een gedeelte van een barak, wat hekwerken en een goederen wagon op een stuk spoor, wel waren er de nodige filmpjes en geluidszuilen die vertelde en lieten zien hoe het er gedurende de oorlog was.
Wat ik niet wist was dat na de oorlog er een hele tijd Molukse soldaten gewoond hadden, ook uit die tijd is er bijna niets bewaard op wat ramen en een oude legerkist na.
Na snel nog wat foto’s gemaakt te hebben van de radiotelescopen gingen we met dezelfde paarse bus weer terug en de chauffeur van de bus stopte een stukje voor zijn eigenlijke stopplaats zodat de helling van de plank uit de bus wat flauwer was.
In het centrum zelf was het nog drukker geworden dan toen we daarvan vertrokken dus besloten we algauw om, maar verder te rijden naar het openluchtmuseum
Openluchtmuseum Ellert en Bramert te Schoonoord.

Het openluchtmuseum in Schoonoord is vernoemd naar de legende van de 2 reuzen Ellert en Brammert en die kom je dan ook tegen bij de ingang. Het museum zelf gaat over hoe men leefde in dit gebied in de afgelopen 2 eeuwen. De meeste bewoners leefde er van het turf steken en bouwden hun kleine huisjes dan ook van dit materiaal, meestal waren de voor en achtergevel van hout en liep het dak aan de lange zijde tot bijna op de grond en werd deze door plaggen afgedekt, de zogenaamde plaggenhutten. Er staan er op dit terrein diverse van deze hutten van hele oude simpele modellen tot de iets grotere ‘maar nog steeds klein’ nieuwere versies die soms ook gedeeltelijk werden voorzien van dakpannen, dit was voornamelijk weggelegd voor de rijkere uit het dorp.
Halverwege de route kom je bij de herberg en hier konden we dan ook genieten van een heerlijke pannenkoek. Het volgende gedeelte bestond uit de wat modernere bebouwing met meer metselwerk en pannendaken. Hier komen dan ook de eerste ambachtsgebouwen zoals smederij en timmerwerkplaatsen, helaas betekende de hogere drempels bij deze gebouwen dat Nicole niet overal naar binnen kon. Omdat we al vaker in openluchtmusea zijn geweest werd dit gedeelte dan ook sneller bekeken dan het eerste stuk.
Orvelte
Het was ondertussen al vier uur geworden, te vroeg om al terug te gaan dus besloten we nog even naar Orvelte te rijden, dit is een museum dorp met ook het museum van Jan Kruis en een minidierentuin. We hebben daar even snel rondgekeken, maar zagen al genoeg dingen om ons morgen de hele dag bezig te houden, dus reken maar op weer een heleboel foto’s en een uitgebreid verslag.

